20 dec
2017

Is taal een struikelblok bij rekenen?

Bij de ontwikkeling van de IEP Eindtoets staat de leerling altijd centraal omdat we betekenisvol willen toetsen. We zorgen dat we leerlingen ‘raken’, zodat ze gemotiveerd werken en laten zien wat ze kunnen. Dit doen we onder andere door qua onderwerp en lay-out aan te sluiten bij de belevingswereld van een 11/12-jarige. Op deze manier is de situatie  herkenbaar en vertrouwd. Ook zorgen we dat leerlingen bij het meten van hun rekenvaardigheid niet afgeleid worden door hun kennis en kunnen op taalvaardigheid. Taal hoort natuurlijk geen struikelblok te zijn bij rekenen. Daarom zijn de rekenopgaven in de IEP Eindtoets zo geformuleerd en opgebouwd dat leerlingen die meer moeite hebben met lezen, niet struikelen over de vraagstelling. 

Dyslexie en rekenvaardigheid op de IEP Eindtoets

Bij de ontwikkeling van de IEP Eindtoets is rekening gehouden met het toetsen van leerlingen met een speciale ondersteuningsbehoefte. Denk aan de keuze voor het lettertype en aan de opmaak van het toetsboekje. Daarnaast zijn er uiteraard aangepaste versies beschikbaar zoals een gesproken versie, een zwart-wit versie of een vergroot formaat. Op die manier komen we tegemoet aan iedere leerling, zo ook leerlingen met bijvoorbeeld dyslexie. Onlangs heeft Judith van der Linden, toetsconstructeur Bureau ICE, specifiek onderzoek gedaan naar de resultaten van leerlingen met dyslexie op het rekenonderdeel van de IEP Eindtoets. Want zijn we erin geslaagd om bij de constructie van deze opgaven de taligheid geen rol te laten spelen? Of zijn de rekenopgaven eigenlijk té talig waardoor het voor iemand met dyslexie lastiger is om ze te maken?

Een leerling met dyslexie heeft moeite met het aanleren en vlot toepassen van lezen en/of spellen. Ongeveer 3.6% van de leerlingen in het basisonderwijs heeft dyslexie. Problemen van deze leerlingen uiten zich vooral bij vakken waarbij leesvaardigheid een grote rol speelt. Bij rekenen is dat doorgaans niet het geval. Uit onderzoek is dan ook gebleken dat er geen verschil is tussen de rekenvaardigheid van leerlingen met en leerlingen zonder dyslexie.

Een eerlijke kans voor iedereen

Dat leerlingen zonder dyslexie beter presteren op taalverzorging dan leerlingen met dyslexie, is uiteraard te verwachten. We toetsen bij taalverzorging juist vaardigheden die voor leerlingen met dyslexie lastig zijn. Denk aan spelling en lettergreepgrenzen. Als we kijken naar de resultaten op het rekenonderdeel blijkt dat daar praktisch géén verschil is tussen de gemiddelde scores van de leerlingen mét en leerlingen zonder dyslexie bij de IEP Eindtoets. Taalvaardigheid is dus geen struikelblok bij rekenen. Zo krijgen ook leerlingen met dyslexie de eerlijke kans te laten zien wat ze kunnen op het gebied van rekenen.

Verschillende vraagtypen

In het onderzoek is er ook gekeken of verschillende type vragen mogelijk invloed op het resultaat van leerlingen met dyslexie. Leerlingen krijgen verschillende type vragen aangeboden bij de IEP Eindtoets. Zo stellen we ook open vragen aan de leerlingen. Dit verhoogt de validiteit van de toets, doordat we de gokkans wegnemen. Het is daarnaast goed om te variëren in open en meerkeuze vragen, omdat  de ene vraagvorm bepaalde vaardigheden beter toetst dan de andere. Denk bijvoorbeeld aan een rekensom waarbij de leerling moet delen. Wanneer je antwoordmogelijkheden geeft, kan de leerling de antwoorden vermenigvuldigen om tot het juiste antwoord te komen. Dan meet je niet meer de vaardigheid van het delen. 

Ook maken we bij rekenen onderscheid tussen kale rekensommen en contextvragen. Een kale rekensom bestaat enkel uit getallen. Bij een contextvraag wordt de vraag gesteld in de vorm van een korte functionele tekst en/of een afbeelding. In de tekst en de afbeelding staat geen overbodige informatie, zodat invloed van taalvaardigheid wordt geminimaliseerd. De afbeeldingen zijn altijd functioneel; de leerling heeft het dus nodig om de vraag te beantwoorden. Afbeeldingen en de context van vragen in de toets zijn altijd betekenisvol, herkenbaar en sluiten aan bij de belevingswereld van de leerling.

Voorbeeldopgave rekenvaardigheid IEP Eindtoets

Benieuwd naar een voorbeeldboekje van de IEP Eindtoets?
Blader er hier gerust doorheen of bestel ze hier.

Maar heeft het type rekenvraag dan effect?

Het onderzoek vertelt ons dat zowel leerlingen met als zonder dyslexie dezelfde opgaven lastiger vonden. Beide groepen hadden de meeste moeite met de open rekensommen en met de contextopgaven. Kale sommen en meerkeuzevragen vonden beide groepen het makkelijkst. Het blijkt dus niet zo te zijn dat leerlingen met dyslexie vragen met tekst relatief veel moeilijker vonden dan leerlingen zonder dyslexie. De zorgvuldige keuze en samenstelling van de vragen op de IEP Eindtoets werkt dus voordelig voor álle leerlingen.

Een prettige uitkomst voor de leerling met dyslexie; rekenen vormt voor hen geen probleem. Zij kunnen goed laten zien wat ze kunnen. Fijn! 

 

Interessant artikel?

Lees dan ook onze andere artikelen over
Basisonderwijs, IEP, Toetsvormen



Reacties op artikel

Nog geen reacties

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Alle velden gemarkeerd met een sterretje [ * ] zijn verplicht en moeten worden ingevuld voordat u uw bericht kunt plaatsen.