01 okt
2018

Terug naar school

Twee schooldagen, twee gemarkeerde boeken, één webinar, één mooc, één studiedag, één  huiswerkopdracht en één feedbackmoment verder: mijn studentenleven is begonnen. Heerlijk vind ik dat. Het grappige is dat ik pas een paar weken verder ben, maar al veel verbazingwekkende, schokkende en bijzondere dingen geleerd heb bij mijn master tot toetsdeskundige.

Geschrokken

Het meest schokkende ontdekte ik op mijn eerste lesdag. En hoe langer ik er over nadenk, hoe vreemder ik het vind. Het voortgezet onderwijs doet nauwelijks iets aan kwaliteitsborging van de schoolexamens, laat staan dat de rest van de toetsen (proefwerken en SO’s) gecontroleerd worden op bijvoorbeeld validiteit en betrouwbaarheid. Bij mijn lerarenopleiding heb ik letterlijk niks geleerd over het maken van toetsen, terwijl ik wel bevoegd ben om schoolexamens voor bovenbouwleerlingen te maken. Dat is bizar, want die toetsen zorgen wel voor het al dan niet slagen van een leerling. Vooral vreemd als je de situatie vergelijkt met het HBO, waar toets- en examencommissies de kwaliteit van de tentamens waarborgen. Een studiegenootje, HBO-docente, vertelde me dat bij haar onderwijsinstelling de toets gecontroleerd wordt door de toetscommissie en dat deze opnieuw moet worden samengesteld als deze niet aan de eisen voldoet. Oftewel: de toets wordt nog niet gegeven aan studenten als hij niet door de keuring komt. Waarom zou dat bij schoolexamens in het voorgezet onderwijs anders zijn?

Toetsbekwaam

Ik pleit hier niet voor meer regelgeving, want op de middelbare school heb je met zoveel verschillende vakken te maken, dat regels opstellen lastig maakt. Maar ik denk dat de toetsbekwaamheid van docenten, binnen alle onderwijssectoren, vaker gespreksonderwerp moet zijn. Dus iedere docent moet op zijn minst weten hoe je een toets volgens de toetscyclus samenstelt, in samenwerking met collega’s, zodat het een valide en betrouwbare meting wordt. Maar ja, dat is vaak niet hetgeen waar collega’s voor warmlopen tijdens bijscholingen en studiedagen. De nadruk ligt dan bij de omgang met de leerlingen: activerende werkvormen die direct in de praktijk zijn toe te passen, spreken dan meer tot de verbeelding. 

Speurtocht

Voor mij kwamen deze twee elementen samen op een interessante studiedag in Amersfoort begin vorige maand, waar ik Dylan William sprak. Hij legde uit dat je van feedback vooral een soort speurtocht moet maken, zodat de leerling actief bezig is met wat hij nog moet leren. De volgende dag heb ik dat toegepast bij werkwoordspelling. De leerlingen moesten die les een proeftoets werkwoordspelling maken. Niets bijzonders: een invultoets van dertig minuten, die ze direct daarna van een klasgenoot moesten nakijken tijdens een klassikale bespreking. Het afwijkende was dat ze deze keer de fouten antwoorden niet mochten omcirkelen op het blaadje van hun klasgenoot. Deze moesten ze op een leeg blad zetten, samen met het juiste antwoord. Op het antwoordblad van de leerling kwam alleen het aantal gemaakte fouten te staan, naast het geschatte aantal fouten dat de leerling eerder zelf had ingevuld. Ze kregen dus alleen het aantal gemaakte fouten terug en moesten zelf in de toets zoeken welke fouten dat dan geweest waren. Voor de controle konden ze bij hun klasgenoot terecht.

Activerend

Op deze manier waren de leerlingen veel actiever bezig met hun eigen fouten en zagen ze ook sneller in welk type fouten ze maakten. Anders roepen ze al snel ‘Oja, tuurlijk moet daar een ‘d’ staan’, maar uit zichzelf hadden ze dat wellicht niet bedacht. Nu konden ze zich daar niet achter verschuilen. Deze werkvorm heeft het gewenste effect gehad voor de summatieve toets daarna: de leerlingen lieten zien dat ze beter waren geworden in werkwoordspelling.

Het was jammer dat die dag in Amersfoort niet meer mensen aanwezig waren; collega’s die het boek van Dylan William nog niet hebben gelezen bijvoorbeeld. Want de toetsbekwaamheid van alle docenten moet omhoog: niet alleen van degene die toevallig geïnteresseerd zijn in dit onderwerp. Dan kunnen we met al die kennis in huis betere praktische activerende werkvormen voor onze leerlingen bedenken en betere toetsvragen construeren. Dat zou de ideale toe(ts)komst zijn.

 

        
Anke Swanenberg (32) staat voor de klas op het Liemers College Zevenaar. Da
ar geeft zij Nederlands aan bovenbouwklassen havo en vwo. Ook is ze mentor van 5havo-leerlingen. In haar blog deelt ze haar visie en ervaringen rondom het onderwerp toetsing. 

Interessant artikel?

Lees dan ook onze andere artikelen over
Anke, Beoordelen, Examinering, Toetsbeleid, Toetsvormen, Voortgezet onderwijs



Reacties op artikel

Nog geen reacties

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Alle velden gemarkeerd met een sterretje [ * ] zijn verplicht en moeten worden ingevuld voordat u uw bericht kunt plaatsen.