27 feb
2018

Expeditie Nederlands: “Terug naar de basisschool?”

Het eerste halfjaar van Expeditie Nederlands zit er op. In alle derde klassen op het Liemers en Candea College hebben we de methode en het cijfersysteem losgelaten. De focus ligt weer op het onderwijs en de ontwikkeling van de leerlingen. We behandelen minder stof uit het lesboek, sluiten meer aan bij de maatschappij en werken formatief. De leerlingen ronden de verschillende leerdoelen af met een “in orde” of “uitstekend”. Halen ze een “in ontwikkeling”, dan maken ze een tweede of derde kans om het tussendoel alsnog te behalen.

Tijd om te reflecteren. Niet alleen voor mij, maar ook voor de leerlingen. Allemaal schreven ze een reflectieverslag over de eerste periode. Wat beviel, wat kan beter? Wat is hun plan van aanpak voor de onderdelen waar ze nog een “in ontwikkeling”, voor staan? Wat vinden ze fijn aan het nieuwe systeem, en waar zien zij verbeterpunten?

Positieve punten

De meeste leerlingen uit mijn klas zijn erg positief over Expeditie Nederlands. Ze vinden het fijn dat ze steeds de kans hebben om zichzelf te verbeteren en te leren van hun fouten. Een toets is een middel om verder te leren, ontdekte mijn klas. “Iedere keer als ik opnieuw leer voor een herkansing, merk ik dat ik de lesstof beter ga beheersen,” schreef een leerling. Een ander: “Ik vind het fijn meerdere kansen te krijgen bij een toets, zo kan ik mijzelf verbeteren en leer ik meer. Als het alleen gaat om het cijfer onthoud ik er meestal niet veel van en heb ik er weinig aan.”

De positieve insteek van een “in ontwikkeling” ervaren leerlingen als prettig. Voor onzekere leerlingen is het fijn dat er minder nadruk ligt op prestaties: hun inzet staat centraal. Fouten maken hoort bij het leerproces. Falen bestaat niet. De leerlingen voelen dat ook zo: “Het geeft een fijn gevoel, omdat je geen cijfers hebt om te vergelijken met je klasgenoten. Als ik merk dat het merendeel een hoge cijfer heeft, voel ik me daar minderwaardig bij.”

Te streng

Natuurlijk is niet iedereen blij met het systeem. Sommige leerlingen geven aan dat ze de beoordelingen te streng vinden. “Dat vind ik soms wel jammer vindt,” schrijft een leerling. “Je mag maar een paar fouten maken om nog een ‘in orde’ te halen.” Dat is een bewuste keuze. Leerlingen hebben meerdere kansen, dus is er ook ruimte om de lat hoger te leggen.

Neem het onderdeel “samenvatten”. Drie kwart van de klas vond de eerste poging lastig. De tweede kans haalde vrijwel iedereen het. Zo worden leerlingen uitgedaagd het beste uit zichzelf te halen. Ik snap dat het voor de leerling als iets extra’s voelt, ze moeten een toets namelijk opnieuw maken bij een “in ontwikkeling”. Ze zijn daardoor echter wel beter voorbereid op de bovenbouw.

Andere leerlingen vinden het vervelend dat ze de beoordeling niet om kunnen zetten naar een cijfer. “Als je bijvoorbeeld een ‘++’ (“in orde”) haalt, kan het zo zijn dat je net een zesje hebt, maar je kunt bijvoorbeeld ook een acht hebben.” De onvrede hierover is wel minder dan vorig jaar. Wellicht omdat alle derdeklassers nu zo beoordeeld worden: ze kunnen het niet meer vergelijken met de cijfers van jaarlaaggenootjes. Eén leerling vindt het echt helemaal niks: “Zijn we terug op de basisschool? Wat is een “in orde”? Een 5.5 of een 7.0? En “uitstekend”, is dat een 8? Een 10?”

Wisselende reacties collega’s

Ook niet alle collega’s zijn positief. Zo’n nieuw systeem vergt extra werk. Niet het nakijken van meer toetsen - dat vertrouwen we de leerlingen toe. Vooral de meer coachende manier van lesgeven en het anders inrichten en voorbereiden van de  lessen is arbeidsintensiever. Al het materiaal ontwikkelen we zelf. Je hebt dus niet in september alle stof al paraat. Methodeloos lesgeven brengt onzekerheid en extra voorbereidingstijd met zich mee.

Het formatieve principe levert echt meer leerrendement op, daar is iedereen het over eens. Maar het extra werk vinden sommige leerlingen en docenten niet prettig. Het blijft een zoektocht naar een lesvorm die voor hen beter behapbaar is. Sinds vorig jaar hebben we wel veel geleerd. Dat leerlingen ook hun stem hebben in dit proces, is sowieso de weg naar beter onderwijs.

Anke Swanenberg (30) staat voor de klas op het Liemers College Zevenaar. Daar geeft zij Nederlands aan bovenbouwklassen havo en vwo. Ook is ze mentor van 4-havoleerlingen. In haar blog deelt ze haar visie en ervaringen rondom het onderwerp toetsing. Ze hoopt daarmee een herkenbaar beeld te schetsen van wat er in de praktijk gebeurt.

Interessant artikel?

Lees dan ook onze andere artikelen over
Anke, Voortgezet onderwijs



Reacties op artikel

Michel Pijpers

@@mpijpers | 27-02-18
Hoi Anke, Goed bezig jullie. Alles zelf verzinnen is niet altijd gemakkelijk, lees ik. Weet je dat BruutTAAL een formatieve methode Nederlands is, die daarnaast werk maakt van betekenisvol leren met complexe opdrachten? Ideaal voor leraren die graag de touwtjes in handen hebben en naar leerlingen willen kijken. Als je interesse hebt, kom ik graag eens wat laten zien. Groet, Michel

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Alle velden gemarkeerd met een sterretje [ * ] zijn verplicht en moeten worden ingevuld voordat u uw bericht kunt plaatsen.