28 nov
2017

We moeten niet minder toetsen, wel beter

Met toetsing in het voortgezet onderwijs is helemaal niet zo veel mis. Dat zegt Berrie de Zeeuw, bestuurslid van de vakvereniging Levende Talen en docent Frans op het Pius X-College. Discussies over minder toetsen en cijfers afschaffen vindt hij niet zo interessant. ‘Ik vind het belangrijker om kritisch te kijken of we wel het juiste toetsen.’

Auteur: Tirza de Fockert

‘Binnen het onderwijs wordt regelmatig geroepen dat alles anders moet. Nu lijken toetsen het onderspit te moeten delven. Je hoort steeds vaker de vraag: ‘Toetsen we niet teveel?’. Sommige scholen pleiten er zelfs voor om helemaal niet meer te toetsen of om cijfers af te schaffen. Dat lijkt een goede PR-strategie, maar krijg je daar nu echt betere leerlingen van? Ik vraag het me af. Volgens mij doen we het allemaal nog niet zo slecht. Mondiaal gezien behoort Nederland al jaren tot de top. Volgens onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn Nederlandse jongeren bovendien de gelukkigste ter wereld. Ondanks al die toetsen.

Je moet wel altijd kritisch kijken of je de goede dingen toetst. En of je dat doet op een manier die past bij het vak. Wanneer het over toetsing gaat, worden alle vakken vaak op één grote hoop gegooid. Maar een taal leer je nu eenmaal anders dan wiskunde. Je werkt niet per onderwerp, maar cumulatief. Bij het eindexamen wordt immers kennis getest van vier tot zes jaar studie. Daarin komen zowel woorden uit de brugklas als uit het examenjaar terug.

Meer toetsen kan soms beter zijn

Ik vind het dan ook logisch dat je bij een taal frequenter toetst dan bij een vak als wiskunde. Om een taal goed onder de knie te krijgen, moet je regelmatig woordjes, grammatica en zinnen leren. Toetsing kan daarbij een zinvol onderdeel zijn van het leerproces. Toetsen creëren bovendien voor zowel leerlingen als docenten een bepaalde rust in de les. De leerlingen zijn zelfstandig bezig, kunnen laten zien wat ze kunnen en leren waar ze staan. Dat is ook voor hen prettig.

Als je per trimester maar twee keer mag toetsen omdat dat door de schoolleiding nu eenmaal zo besloten is, ben je als docent veel minder flexibel. Herhaling is een van de belangrijkste aspecten van het leren van een taal. Het zou heel mooi zijn als leerlingen zelf denken: ‘ik leer voor mijn kennis, ik leer om er beter van te worden.’ Maar helaas, de meeste leerlingen leren nog altijd voor een cijfer. Als ze daar maar twee momenten per trimester voor hebben, dan moeten ze veel te grote stofhoeveelheden in een keer kennen. De meeste leerlingen vinden het fijner vinden om woordjes en grammatica in kleinere porties te leren en te oefenen.

Iedere toets moet nabesproken worden

Wat mij betreft moet íedere toets besproken worden. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar ik hoor regelmatig van leerlingen dat dat niet gebeurt. Soms projecteer ik de antwoorden op de beamer of geef ik ze mondeling, maar leerlingen bespreken de toets soms ook met elkaar. ‘Wat heb ik fout gedaan? Wat heb jij goed gedaan? Hoe had je met deze opdracht om kunnen gaan?’ Zo leren ze van elkaar.

Dat hoeft natuurlijk niet altijd schriftelijk. Ik laat leerlingen wel eens filmpjes maken waarin ze de geleerde stof in kleine gesprekjes toepassen. De lesstof verdeel ik onder de leerlingen. Een groepje gaat bijvoorbeeld naar een restaurant, een ander groepje naar het treinstation. De opdracht wordt dan zó levensecht dat leerlingen daar helemaal in opgaan. De creativiteit die het in hen los maakt is prachtig! Maar ze kunnen dit onder andere doen doordat ze schriftelijke toetsen over woordenschat en grammatica hebben gehad.

Toets álle vaardigheden

Iets wat binnen het moderne vreemdetalenonderwijs wel regelmatig tot discussies leidt, is het centraal examen. Dat richt zich alleen op leesvaardigheid en bepaalt vijftig procent van het eindcijfer. Het is onlogisch dat je slechts één vaardigheid toetst en deze een zware weging geeft terwijl een taal uit vier vaardigheden bestaat: lezen, luisteren, spreken en schrijven.

Het is frustrerend dat leerlingen die nog geen Franse zin correct kunnen uitspreken, wel een acht halen op het eindexamen. Omdat ze een goede algemene kennis hebben of snel verbanden kunnen leggen en zo de vragen kunnen beantwoorden. Ik gun ze die acht, maar het is vreemd dat leerlingen die taalzwak zijn hogere cijfers halen dan leerlingen die in Frankrijk prima in het Frans een gesprek kunnen voeren.

 

 Dit is een ingekorte versie van het interview met Berrie de Zeeuw in Toets! 9. Berrie de Zeeuw is docent Frans op het Pius X-college en bestuurslid bij Levende Talen. Lees het complete interview op de website van Toets! Magazine. Lees hier ook de overige artikelen uit het gloednieuwe Toets! 9.

Interessant artikel?

Lees dan ook onze andere artikelen over
Toets! magazine, Toetsbeleid, Voortgezet onderwijs



Reacties op artikel

Marielle

30-11-17
Ben het met veel in dit artikel eens... maar de opmerking dat je bij wiskunde per onderwerp werkt, getuigt volgens mij van beperkt inzicht op dat gebied.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Alle velden gemarkeerd met een sterretje [ * ] zijn verplicht en moeten worden ingevuld voordat u uw bericht kunt plaatsen.