Validatie voor de IEP Eindtoets

Bij de keuze voor een eindtoets is het van belang dat u weet hoe deze is opgebouwd en hoe betrouwbaar de toets is. We vertellen u hieronder graag over de zorgvuldigheid waarmee de IEP Eindtoets tot stand is gekomen. Daarvoor hebben we een uitgebreid normeringsonderzoek gedaan. U kunt ook onze uitgebreide wetenschappelijke verantwoording raadplegen. Daarnaast leggen wij u graag uit hoe het proces van toetsconstructie eruitziet.

Het normeringsonderzoek

Een belangrijke stap in het constructieproces voor een toets is het normeringsonderzoek. Door middel van een pilotonderzoek is onderzocht of de initieel opgestelde toetsopgaven van voldoende kwaliteit zijn en of de IEP Eindtoets daadwerkelijk meet wat wij ermee willen meten. De pilot is afgenomen bij leerlingen van groep 8 en bij leerlingen uit de brugklas is een pretest afgenomen. Op basis van de onderzoeksdata die zijn verzameld met de pilot en pretest, is de uiteindelijke IEP Eindtoets samengesteld.

Om de kwaliteit van de IEP Eindtoets te borgen, voert Bureau ICE jaarlijks een pretest uit voor de nieuwe toetsopgaven. Opgaven mogen niet te makkelijk of te moeilijk zijn voor leerlingen die het referentieniveau beheersen. Daarnaast moeten opgaven ook het juiste onderscheid maken tussen vaardige en minder vaardige leerlingen. Natuurlijk moet de samenstelling van de toetsopgaven ook inhoudelijk het referentieniveau goed weerspiegelen. Alleen de opgaven die van voldoende kwaliteit zijn en aan de hiervoor genoemde eisen voldoen, worden opgenomen in de uiteindelijke IEP Eindtoets.

Met behulp van het normeringsonderzoek zorgen we ervoor dat er een anker is naar eerdere versies van de IEP Eindtoets. De kwaliteit van de IEP Eindtoets blijft zo over de jaren heen hetzelfde. De IEP Eindtoets is ook geijkt aan de set referentie-items die zijn ontwikkeld door het CvTE (Centrum voor Toetsen en Examens). Deze ijking doen alle goedgekeurde eindtoetsen, zodat de referentieniveaus eenduidig zijn vastgesteld.

Resultaten pretest IEP Eindtoets 

Uit de pretest voor de IEP Eindtoets voor het schooljaar 2014-2015, kwam naar voren dat de toetsopgaven een zeer hoge betrouwbaarheid hebben (Cronbach’s Alpha voor rekenen >.90 en voor taal >.80). De moeilijkheidsgraad van de IEP Eindtoets is onderzocht voor de toets in zijn geheel en voor elk referentieniveau apart. Hierdoor kwam naar voren dat de moeilijkheidsgraad van de opgaven van de IEP Eindtoets mooi oploopt naarmate de referentieniveaus stijgen. Voor de gemiddelde leerling zijn de opgaven op niveau 1F dus makkelijker en de opgaven op niveau 1S/2F moeilijker.

Uit de pretest kwam verder naar voren dat voor de gemiddelde leerling rekenen moeilijker is dan taal (lezen en taalverzorging). Tot slot tonen de resultaten dat de IEP Eindtoets een onderscheid laat zien tussen leerlingen die een bepaald referentieniveau wel beheersen en leerlingen die dat niveau nog niet beheersen.

Wat is het verschil tussen de IEP Eindtoets en de andere eindtoetsen?

Naast de IEP Eindtoets heeft u als basisschool ook de keuze uit de centrale eindtoets (voorheen de Citotoets) en Route 8 van A-Vision (situatie schooljaar 2014-2015). Deze drie toetsen zijn goedgekeurd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het verschil tussen de eindtoetsen zit in het bijzonder in de presentatie en de manier van afname. Als basisschool krijgt u hiermee de optie om te kiezen voor de eindtoets die het beste past bij uw visie op het onderwijs.

De IEP Eindtoets laat precies zien in welke mate leerlingen in groep 8 de referentieniveaus voor taal en rekenen beheersen. De toets voldoet daarmee inhoudelijk aan alle eisen zoals geformuleerd door het ministerie.

Hoe komt een betrouwbare en valide eindtoets tot stand?

Bureau ICE gebruikt een vast stappenplan bij de constructie en samenstelling van de IEP Eindtoets. Daarbij horen ook speciaal voor de IEP Eindtoets opgestelde richtlijnen en checklists. De IEP Eindtoets is een kwalitatief hoogwaardige eindtoets voor het basisonderwijs die zorgvuldig is opgebouwd en samengesteld door de toetsexperts van Bureau ICE.

Kijk op de pagina Voorbeeldopgaven IEP Eindtoets hoe de opgaven van de IEP Eindtoets eruitzien.

Het Referentiekader Taal en Rekenen is het centrale uitgangspunt bij de constructie en samenstelling van de toetsopgaven. De IEP Eindtoets voldoet aan alle eisen zoals vastgelegd in het algemeen deel toetswijzer eindtoets taal en rekenen po.

Deze eisen dienden als basis bij het opstellen van de toetsmatrijzen voor lezen, taalverzorging en rekenen. De toetsmatrijzen zijn ontwikkeld op basis van de verschillende referentieniveaus, die de kerndoelen van het basisonderwijs dekken.

Voor elke toetsopgave wordt tevens een uitgebreide checklist gebruikt waarin vragen worden gesteld als:

  • Sluit de toetsopgave aan bij het beoogde referentieniveau, domein en domeinonderwerp?
  • Sluit de toetsopgave aan bij de doelgroep?
  • Staat er geen overbodige taal in de toetsopgave?

Stap toetsconstructieproces

Aandachtspunten

1. Bepalen toetsdoelen

Waarom willen we meten? Wat moet de toets meten? Welk referentieniveau moet de toets meten?

2. Ontwerpen toetsvorm

Wat voor soorten toetsopgaven zijn geschikt? Welke toetsomvang is nodig? Opstellen toetsmatrijs.

3. Constructie toetsopgaven

(Concept-)toetsopgaven ontwikkelen op basis van de toetsmatrijs en checklists met betrekking tot de kwaliteit van de toetsopgaves.

4. Onderzoeken kwaliteit toetsopgaven

Proefafname van de toetsopgaven in een pilot.

5. Selectie toetsopgaven

Een selectie maken op basis van de kwaliteit van de toetsopgaven, de moeilijkheidsgraad en onderscheidend vermogen.

6. Samenstellen toets

Samenstellen op basis van de toetsmatrijs.

7. Normeringsonderzoek

Pretestonderzoek naar de toets, vaststellen normering.

8. Toetsafname

Afname van de toets bij de beoogde doelgroep.

 

Wetenschappelijke verantwoording IEP Eindtoets 

Ieder jaar schrijft Bureau ICE een wetenschappelijke verantwoording van de IEP Eindtoets. Voor de IEP Eindtoets 2016 wordt de verantwoording op de website geplaatst zodra deze beschikbaar is.