Voorbeeldopgaven IEP Eindtoets

Opbouw van de opgaven van de IEP Eindtoets

De IEP Eindtoets meet per taak de vaardigheid die gemeten moet worden. Bij alle vragen zijn de opgaven zo opgebouwd dat kinderen die meer moeite met taal hebben, niet struikelen over de vraagstelling. Wel zo eerlijk, en ook prettig voor de leerling.

De IEP Eindtoets is een papieren toets die bestaat uit twee taaltaken en twee rekentaken. We maken gebruik van meerkeuzevragen én open vragen. Meerkeuzevragen hebben twee, drie of vier antwoordmogelijkheden.

Bij een meerkeuzevraag kiezen we voor open vakjes. Dit is gedaan om te voorkomen dat leerlingen mogelijk denken dat er een bepaalde volgorde in de antwoorden aanwezig is. De antwoordmogelijkheden staan bijvoorbeeld op alfabetische volgorde. Of daar waar het logischer is dat de antwoordalternatieven in een specifieke volgorde worden aangeboden (bijv. maandag, dinsdag, woensdag, donderdag), is dat op die wijze gedaan.

Uit hoeveel opgaven op welk referentieniveau bestaat de IEP Eindtoets?

Aantal opgaven

Voorbeeldopgaven Lezen

De contexten die gebruikt worden in de IEP Eindtoets zijn geschikt voor alle leerlingen in groep 8. We houden bijvoorbeeld rekening met religieuze, sociaal-economische en culturele achtergronden. Het is belangrijk dat iedere leerling een eerlijke kans krijgt om te laten zien wat hij of zij kan.

Klik hier voor een voorbeeldopgave van Lezen.

Voor het onderdeel Lezen in de IEP Eindtoets geldt:

  • De leesteksten en contexten van de opgaven sluiten goed aan bij de belevingswereld van de groep 8-leerling.
  • De leesteksten en contexten van de opgaven zijn voor alle leerlingen geschikt, ongeacht achtergrond of religie.
  • De opmaak van de leesteksten is gebaseerd op de lay-out van de teksten in de werkelijkheid (bijvoorbeeld een brief, een advertentie, een e-mail, een website).
  • De leestekst en bijbehorende opgaven worden steeds naast elkaar weergegeven, zodat de leerling niet heen en weer hoeft te bladeren voor het beantwoorden van de vragen.
  • Bij een leestekst geven we aan hoeveel vragen er bij de tekst horen.
  • In de vraag kan het van belang zijn om zaken te benadrukken. In die gevallen is een woord onderstreept.
  • Voor het meten van de vaardigheid opzoeken worden tabellen integraal opgenomen in de leesteksten. Ze zijn dus altijd onderdeel van een context.

Voorbeeldopgaven Taalverzorging

Het gebruikte taalniveau in de opgaven Taalverzorging van de IEP Eindtoets past bij wat gemeten moet worden. Afbeeldingen worden alleen gebruikt als ze functioneel zijn.

Klik hier voor een voorbeeldopgave van Taalverzorging.

Het gebruikte taalniveau in de opgaven en instructies van het onderdeel Taalverzorging kenmerkt zich door:

  • het gebruik van woorden en zinnen in een relevante en voor de leerling begrijpelijke context;
  • de afwezigheid van overbodig taalgebruik (alle taal is functioneel).

Voorbeeldopgaven Rekenen

De opgaven in het onderdeel Rekenen bevatten ook open vragen. De nadruk ligt op hoofdrekenen, handig rekenen en cijferen. Een open vraag meet in sommige gevallen beter de vaardigheid die hij moet meten dan een meerkeuzevraag.

Taal is geen struikelblok bij rekenen. Het gebruikte taalniveau in de rekenopgaven van de IEP Eindtoets past bij wat gemeten moet worden. In de vraag kan het van belang zijn om bepaalde zaken te benadrukken. In die gevallen is een woord onderstreept.

Bekijk hier voorbeeldopgave 1 en voorbeeldopgave 2 van Rekenen.

Het gebruikte taalniveau in opgaven en instructies van de rekenopgaven in de IEP Eindtoets kenmerkt zich door:

  • het gebruiken van eenvoudige zinnen (zinsbouw);
  • het plaatsen van iedere zin op een nieuwe regel;
  • de afwezigheid van overbodig taalgebruik (alle taal is functioneel);
  • begrijpelijk woordgebruik.

Afbeeldingen worden alleen gebruikt als ze functioneel zijn.