07 mrt
2017

Toch onvrede bij leerlingen over het cijferloos lesgeven?

Afgelopen maand kreeg mijn 3vwo-klas, waar ik het hele jaar al cijferloos werk, het eerste rapport. Ik stond daarbij voor een lastige keus. Als ik mijn beoordelingssysteem op het rapport wilde laten zien, moest dat voor alle derdeklassers. Omdat ik deze pilot slechts in één klas draai was dat systematisch en administratief binnen het leerlingvolgsysteem geen mogelijkheid. Het dilemma was: helemaal niets op het rapport of toch een omgerekend cijfer vanuit mijn alternatieve beoordelingssysteem. Ik heb voor dat laatste gekozen, maar daarmee waren mijn leerlingen niet allemaal even tevreden.

Een matige of goede ‘in orde’

Het waren vooral de “goede” leerlingen die nu zeiden toch liever cijfers voor hun toetsen te krijgen. Zij ervaren het als oneerlijk dat er geen onderscheid zit tussen leerlingen die net een “in orde” gehaald hebben en leerlingen met een goede “in orde” (schurend tegen een “uitstekend”). Ik denk dat dit ongenoegen vooral veroorzaakt is door de laatste toets voor het rapport. Leerlingen hadden toen ook hun scorepunten, zowel per vraag als in het geheel, gezien (bij de vorige toetsmomenten heb ik daar niet mee gewerkt) en zagen dat die vrij hoog waren. Ze voelden zich daardoor minder beloond met een “in orde”. Uiteraard mogen ze hun werk altijd herkansen en verbeteren, maar daar was voor het rapport geen tijd meer voor.

Compensatiecijfer

Hun onvrede vind ik op zich logisch, maar aan de andere kant hoeven ze toch alleen te weten of hun leerdoelen behaald zijn? En dat ze gegroeid zijn in hun eigen leerontwikkeling? De leerlingen geven mij hier tot zekere hoogte gelijk in. De formatieve manier van lesgeven vinden ze ook zeker prettig. Ze weten zichzelf op deze manier telkens weer te verbeteren. Ook vinden ze de opdrachten die we doen leuker: zonder boek werken bevalt de leerlingen prima. Maar omdat ze juist het gevoel hebben Nederlands nu beter te beheersen, willen ze daar een cijfer tegenover zien dat ze kunnen inzetten als compensatiecijfer bij een ander vak of om indruk te maken op hun oma. “Als iedereen met uw systeem zou werken, zou het prima zijn. Maar in de hele verdere wereld worden we afgerekend op cijfers.” Klopt: in de wereld van onze pubers wordt daar inderdaad telkens naar gekeken. En de vergelijking met anderen is in hun belevingswereld heel belangrijk voor bevestiging. Terwijl ik hen juist wil laten inzien dat ze alleen maar beter hoeven te zijn dan de persoon die ze zelf gisteren waren: niet beter dan een ander.

Hoe nu verder?

Ik vind het vooral heel erg tof dat ze zo serieus aan het meedenken waren. Een leerling opperde heel lief of ik niet een “matige in orde” en een “super in orde” kon toevoegen. Dat ben ik nu serieus aan het overwegen. Aan de andere kant maken al die benamingen voor verschillende metingen niet uit. Of we er nu een cijfertje, lettertje, kleurtje of woordgroep aanhangen: het blijven tekenen van gradaties in het leerproces. Liever zou ik daar helemaal vanaf willen en hen alleen willen laten weten of ze de leerdoelen hebben behaald of niet. Met collega’s ben ik nu over zo’n soort rapportage aan het nadenken. Maar daar zitten uiteraard ook weer haken en ogen aan. (Alleen afvinken is niet voldoende: je moet ook weer bepalen hoeveel leerdoelen er dan minstens behaald moeten zijn. Dat percentage is ook weer een cijfer.)

Het heeft voornamelijk te maken met ons huidige onderwijssysteem waarin er per jaar wordt beoordeeld of een leerling door kan of niet. Ik denk dat leerlingen die al eerder hun leerdoelen behaald hebben al door moeten kunnen gaan met hun leerweg. Dan zijn cijfers en dergelijke ook niet meer belangrijk: ze hebben hun eigen leerroute. Maar tot we bij dat utopische systeem zijn beland, zoek ik in het huidige systeem naar oplossingen om de onvrede van mijn leerlingen te tackelen. De rest van het half jaar gaan we zo door (wat de leerlingen ook prima vinden), maar voor volgend jaar wil ik nog concreter kunnen rapporteren hoe de leerdoelen behaald zijn.

Daarom heb ik ook geen conclusie voor dit stukje: ik ben zoekende. Misschien is geen enkel systeem perfect en gaat het vooral om wat je doet in de les. Ik ben ook niet principieel tegen cijfers (blijkbaar zit er voor leerlingen een soort van beloning in een hoger cijfertje), zolang je die maar niet geeft als het leerproces nog gaande is. Gelukkig heeft deze klassendiscussie het nieuwe leerdoel van “argumenteren en discussiëren” goed ingeleid.


Anke Swanenberg (30) staat voor de klas op het Liemers College Zevenaar. Daar geeft zij Nederlands aan bovenbouwklassen havo en vwo. Ook is ze mentor van 4-havoleerlingen. In haar maandelijkse blog deelt ze haar visie en ervaringen rondom het onderwerp toetsing. Ze hoopt daarmee een herkenbaar beeld te schetsen van wat er in de praktijk gebeurt.

Interessant artikel?

Lees dan ook onze andere artikelen over
Anke, Beoordelen, Voortgezet onderwijs



Reacties op artikel

R. Kleinherenbrink

07-03-17
Leuke info zeker omdat mijn dochter in deze klas zit. Ik zal haar in de huiselijke situatie ook eens om feedback vragen.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Alle velden gemarkeerd met een sterretje [ * ] zijn verplicht en moeten worden ingevuld voordat u uw bericht kunt plaatsen.